Drie zangeressen van vanavond gingen eerder al op reis om de Because I’m A Girl campagne te promoten. Ze hielpen een meisje uit een ontwikkelingsland om haar droom te verwezenlijken. Elize pimpte in Colombia een theateroefenruimte, zodat jongeren er seksuele voorlichting kunnen krijgen. Giovanca zorgde in Sierra Leone voor een radioprogramma over de rechten van jongeren. Dennis hielp in de Filippijnen een jongerencentrum tegen kinderhandel op te zetten. Na hun optreden in het Leijpark kijken ze nog eens terug.
Hoe is dat, optreden voor overwegend vrouwen?
Dennis: “Dat is grappig! Het gejoel klinkt een frequentie hoger dan normaal. Ze waren in ieder geval enthousiast. De opkomst was ook goed, terwijl ik de openingsact was. Vaak moeten de meeste mensen dan nog komen.”
Giovanca: “Het woehoe heeft een hogere frequentie. Gezellig hoor, met al die vrouwen.”
Elize : “Leuk is dat. Ik ben gewend dat vooraan alleen mannen met fotocamera’s staan, haha. Vrouwen zijn veel leuker als ze zonder mannen zijn.”
Was dit een bijzonder optreden, door het goede doel dat er aan vastzit?
Dennis: “Aan de ene kant helemaal niet: je doet wat je moet doen. Maar aan de andere kant ook wel. Het is mooi om hier te zien dat er zoveel gebeurt om de meisjes te steunen. Plan heeft er flink werk van gemaakt.”
Giovanca: “Voor mij was het heel bijzonder dat Harriët uit Sierra Leone naast me stond. Ze kende al mijn liedjes! Ook mooi dat Because I’m A Girl zo groot is opgezet, dat had ik nog niet gezien.”
Elize: “Ik kreeg tijdens mijn optreden heel erg het gevoel dat iedereen hier is om Because I’m A Girl te supporten.”
Heb je zelf ooit ervaren dat je als meisje minder waard bent?
Dennis: “Nee, dat kan ik me niet indenken. Ik vind dat het in Nederland aardig fifty-fifty is. Er zijn genoeg vrouwen die carrière kunnen maken, en iets stoms als bier drinken kan ook. Dat is volgens mij niet overal normaal.”
Giovanca: “Mijn ouders komen van de Antillen. Daar merk je soms dat jongens voorrang krijgen, al is het in veel mindere mate. Zij dragen de familienaam, dus met de zoons moet het goed gaan.”
Elize: “Nee, nooit. Ik weet dat er ook wel armoede is in Nederland, maar in Colombia krijgen meisjes écht weinig kansen.”
Hoe was het om in een ontwikkelingsland wél onderdrukking te zien?
Dennis: “Ik vond het verschrikkelijk, héél moeilijk. Ik kon het niet aan. Ik had me wel voorbereid, maar wat je in boekjes leest heeft helemaal niets te maken met wat je in het echt ziet. Elke dag moest ik op m’n lippen bijten om niet in janken uit te barsten. Soms kon ik dat niet onderdrukken. Dan liep ik even weg, want de mensen in de Filippijnen hebben al genoeg om zich zorgen over te maken.”
Giovanca: “Ingewikkeld. In tien dagen zag ik dat de situatie voor alle kinderen erbarmelijk was. Voor het verschil tussen meisjes en jongens moet je dieper gaan. Je kunt niet aan een meisje zien of ze besneden is.”
Elize: “Heel heftig! Twintig procent van de meisjes was zwanger of had een kind. Ik zag een meisje van veertien met zó’n toeter! Vaders nemen de benen, en de moeders moeten stoppen met school.”
En nu? Denk je nog eens terug aan je reis?
Dennis: “Ja, als ik beelden terugzie, of de foto’s op m’n computer bekijk. Mijn ervaringen komen ook een beetje terug in mijn muziek. Niet dat ik er concreet over schrijf, maar als ik het over een kutdag heb neem ik het gevoel dat ik in de Filippijnen had ook een beetje mee.”
Giovanca: “Het komt heel veel terug, op allerlei momenten. Een meisje van dertien zonder levensvreugde bijvoorbeeld. Zo heftig. Omdat mijn voorouders uit Afrika komen, dacht ik soms: ik had jou kunnen zijn”.
Elize: “Nu rond het concert zeker. Het waren maar twee weekjes, maar mijn reis was zo ingrijpend dat ik het nooit meer vergeet.”
Zou je nog eens op pad willen om Plan te promoten?
Dennis: “Nou, dat hangt van de plek af hoor. Ik wil niet naar landen met oorlogstoestanden, dat je er drie keer per dag over de grond moet kruipen. Daar hebben de mensen ook niks aan, als ik de hele dag in mijn broek loop te schijten.”
Giovanca: “Als ik ergens maar één steen kan verschuiven, wil ik erheen.”
Elize: “Ik zou zeker nog eens naar Colombia gaan, als ik de kans kreeg. En ik blijf me inzetten voor Plan.”